Het goede gesprek in 30 minuten.

Dertig minuten. 
Vaak de tijd die ‘overblijft’ tussen alle overleggen en vergaderingen van een uur (of langer) door. En toch gebeuren daar misschien wel de belangrijkste dingen: de bila, de uitleg aan je collega, de lunchpauze, de update over lopende projecten of gewoon even bijpraten. Er is niets mis met iets doen in een half uur, want voor een aantal dingen is 30 minuten echt wel voldoende. Alleen vaak wordt voor de ‘informele’ dingen de minste tijd uitgetrokken. En als je heel eerlijk bent, hoe vaak voelen dat soort gesprekken dan echt waardevol en afgerond?  

Wat ik veel zie (en misschien herken je het zelf ook wel), is dat korte gesprekken automatisch praktisch worden. Alsof dat de enige logische invulling is van weinig tijd. Terwijl je de informatie die je dan ophaalt vaak al wist. 

Ik denk dat er meer waarde te behalen is wanneer je jezelf en de ander, al is het maar kort, even kunt stilzetten. En dat hoeft echt niet heel lang te duren.  

De ingang bepaalt het gesprek.

Wat je als eerste vraagt, doet meer dan je denkt. Je zet daarmee de toon van het gesprek. Dat hoeft niet heel groots of zwaar te zijn, je hoeft er geen therapeutische sessie van te maken of wereldschokkende verandering mee teweeg te brengen. Maar het is wél leuk om soms net een wat betekenisvoller gesprek te voeren, ook al is iedereen druk en hebben jij en je collega beiden weinig tijd. 

De crux is simpel: andere vragen leveren andere antwoorden op.  

Stel je een algemene vraag (“Hoe is het?”), dan is het antwoord dat ook (“Goed hoor, met jou?”). Vraag je naar de inhoud (“Wat heeft die klant/patiënt uiteindelijk besloten?”), dan krijg je dat te horen. 

Hierbij een paar manieren om het anders te doen. Zie het niet als een lijstje dat je moet afwerken, maar kies er af en toe één en kijk eens wat er gebeurt. 

    • Verleg het gesprek van de praktische informatie naar het leren. 

In plaats van “Wat heb je gedaan?”, kun je ook vragen: “Is er iets waar je deze week anders over bent gaan denken?”. Dat haalt het gesprek bijna automatisch uit de stand van rapporteren. 

    • Maak energie bespreekbaar. 

Vragen naar energie levert vaak een eerlijker en waardevoller antwoord op dan “hoe gaat het?”. Bijvoorbeeld: “Waar kreeg je afgelopen week energie van?” of juist: “Wat kostte je meer dan het opleverde?”. Wees niet verbaasd als je een antwoord krijgt dat over meer gaat dan alleen werk.  

    • Check eens in op gemaakte keuzes.  

Niet om ze te veroordelen, maar wel om te begrijpen óf en hoe werk zich voor iemand opstapelt. Soms gaat werkdruk over hoeveelheid. Soms over andere dingen. Een ingang kan zijn: “Heb je ergens ‘ja’ op gezegd terwijl je twijfelde?” 
Je hoeft er vaak niet direct iets mee op te lossen. De vraag alleen kan ook al iets verschuiven.  

    • Je markeert in de tijd.

Werk gaat altijd maar door en is nooit af. Dat kan voor onrust of ontevredenheid zorgen. We vinden het vaak lekker ook af en toe ergens een streep onder te kunnen zetten, een (kleine) mijlpaal te kunnen vieren of iets los te kunnen laten zodat het uit ons hoofd kan. Dan levert de vraag “Kan je iets bewust afronden?” vaak al ruimte op. 

    • Vraag eens naar waar frictie wordt ervaren. 

Dit kan helpend zijn wanneer je ziet of voelt dat er iets niet loopt, maar je weet (nog) niet precies wat. Dit hoeft het ‘probleem’ niet zwaar te maken. Iets benoemen wat er al is, kan ook lucht opleveren. Anders blijft het onder water en wordt het juist groter dan misschien nodig. Een voorbeeld: “Is er iets waar je op vastloopt dat anderen niet (goed) zien?” 

    • Kijk naar waar de aandacht naartoe gaat. 

Aandacht is misschien wel de meest eerlijke graadmeter. Van wat iemand leuk vindt, wat hem of haar bezighoudt of welke keuzes iemand maakt. Een simpele vraag als “Waar ging deze week je meeste aandacht naartoe?” vertelt je al veel. Eventueel kan je nog vragen naar de motivatie of reden hiervoor. Niet als verwijt of impliciete terechtwijzing, maar uit oprechte nieuwsgierigheid. 


Andere vragen, andere samenwerking.

Wees je er wel van bewust dat een gesprek met andere vragen ook anders verloopt. Er kan af en toe een stilte vallen. Iemand moet even nadenken. Soms komt er iets wat je niet had verwacht, soms gaat het niet meer alleen over werk. Het wordt minder voorspelbaar.  

Als je dat oké vindt (of zelfs fijn), is dit voor jou.  

Je hebt namelijk niet altijd invloed op hoeveel tijd er is, maar wel op hoe je die tijd gebruikt. Deze andere invalshoeken brengen jou (én je gesprekspartner) meer dan de praktische vragen over het wat en hoe van de werkzaamheden doen. Meer informatie over wat iemand nodig heeft om goed te kunnen werken, maar ook meer verbinding. Dit soort vragen gaan namelijk over de mens en niet over het werk. Dat vind ik er zelf zo mooi aan. Uiteindelijk is werk geen uniform ding; het wordt gemaakt door de mensen die het doen. Wanneer je daarnaar vraagt in plaats van naar de inhoud, kom je heel veel meer te weten over wat er speelt, wat werkt, en waar het schuurt. Samenwerken is immers meer dan samen werken. 

Dit artikel verscheen in Coachkost, dé nieuwsbrief voor leidinggevenden en HR. Ieder kwartaal jouw dosis coachinspiratie als professional én als mens. Abonneer je nu om niks meer te missen.

Nieuwsgierig naar meer dan alleen blogs? Volg EmmaCoach op LinkedIn.